De stille kloof

05-02-2026

De bedrijfsarts stuurde iemand door met depressieve gevoelens. De huisarts had eerder antidepressiva voorgeschreven, maar dat hielp niet. De vrouw vertelde dat haar collega's haar hadden aangesproken op het feit dat ze stiller en afweziger reageerde op het werk. Het werk betekende veel voor haar, dus wilde ze graag een of meer vertrouwelijke gesprekken met een onafhankelijke deskundige.

De vrouw was keurig verzorgd en kwam een beetje afwachtend over. Ze gaf aan dat ze het moeilijk vond om te vertellen waarom ze zich al zolang somber voelde, want ze had alles wat ze zich kon wensen: ze was gezond, had een aardige man, leuke kinderen en materieel hadden ze het goed. 'Maar blijkbaar ontbreekt er toch iets, want ik hoor u met enig schuldgevoel praten klopt dat?' vroeg ik.

Na enige tijd zwijgen ‘bekende ze’ met tranen in haar ogen dat ze niet meer gelukkig was in haar huwelijk. Maar haar man had niet verdiend dat zij dagdroomde over een andere relatie, zei ze er direct bij. Ik vroeg of daar dan geen sprake van was en ze zei ‘nee’. Ze had wel een beeld van hoe een relatie kon zijn: met diepere wederzijdse gevoelens en seksuele aantrekkingskracht. Met haar man besprak ze dat niet, want het zwijgen leek haar het beste voor iedereen.

De kleinste aanraking van haar man riep echter weerzin op. Maar ze wilde hem niet teleurstellen en ging braaf ‘klaarliggen’ als hij aangaf met haar te willen vrijen. Het was een kwestie van zichzelf even afsluiten. Maar ze hield het gewoon niet vol. Ze betrapte zich erop dat ze het niet erg zou vinden als hij er niet meer zou zijn. Nu moest ze met iemand in gesprek! Ik vroeg of het haar wel lukte om nog positieve gedachten en gevoelens ten aanzien van de man te formuleren. Dat lukte eigenlijk goed. Maar toen ik vervolgens vroeg naar de negatieve gevoelens kreeg ze geen kritische opmerking over hem uit haar mond.

Toen ik haar confronteerde met deze discrepantie, was haar reactie: ‘maar het is niet zijn schuld dat ik ongelukkig ben.’ ‘Wiens schuld is het dan?’, vroeg ik. ‘Die van niemand, eigenlijk,’ antwoordde ze. ‘Maar weet je man dat je niet gelukkig bent in jullie relatie?’ ‘Nee, natuurlijk niet, dat kan ik hem en de kinderen niet aandoen! Ze zijn geweldig voor mij en doen zó hun best!’ 

Ze hoopte dat er een soort formule bestond waarmee ze de knop kon omdraaien en waardoor zij zich gelukkiger zou voelen, zonder dat ze open kaart zou spelen. Dus ik zei dat ze haar man en zichzelf daarmee de kans ontnam om te onderzoeken wat hun relatie waard was na vijfentwintig jaar. Ze reageerde verdrietig en met zelfverwijt. Ze had zaken onbesproken gelaten en dat had zich opgestapeld. Ze besefte op dat moment dat ze ook geen interesse had getoond in zijn gedachten en gevoelens.

Veel mensen leven met elkaar in wat als een 'wederzijdse levensleugen' kan worden omschreven. Ze houden, ieder op de eigen manier, ten opzichte van elkaar en de buitenwereld de schijn op dat ze nog steeds voor elkaar kiezen, maar innerlijk betreuren ze deze keuze of ervaren deze als frustrerend. Zonder openheid leidt dat zeker tot een kloof. En dan doet het er niet toe of je dagdroomt of dat je werkelijk in de armen van een ander vlucht…

Terug naar overzicht